Einde

Dit is het dus, het einde. Ik ben er nogal rustig onder, moet ik zeggen. Het is mooi geweest. Nooit gedacht dat ik zo oud zo worden. Eergisteren ging het mis. Ik voelde het zelf al een tijdje aankomen. Zij had niks in de gaten. Niet dat het daar aan lag, hoor, maar ze goot de artisjokken af en toen gebeurde het. M'n ene oor scheurt er zo helemaal af. Nou, ja, dan weet het wel, hè, dan is het afgelopen. Daar lig ik nou, in een Franse vuilcontainer.

Bijna 28 ben ik geworden. Veel van de wereld gezien. Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië, Zwitserland, Griekenland, noem maar op. Nee, ik ben overal geweest. Dat kunnen ze lang niet allemaal zeggen. Er zijn er die nog nooit hun eigen keuken uit zijn geweest. Ik zou er niet aan moeten denken, zo'n leven, toch? 28 jaar, ja, dan lig ik zo te denken, hoeveel van ons zouden er nog zijn? We waren met ons vijftienen. Netjes opgestapeld in de HEMA, je kent het wel. Ik was de bovenste. Ze pakte me en stopte me in haar mandje. Bij een paarse soeplepel, een bakspaan en een schuimspaan. Wat daarvan geworden is? Geen idee. We hadden niet zoveel met elkaar. De paarse afwasbak had ze in haar andere hand. Die is toen later bij hem gebleven, dat weet ik nog wel. Achttien was ze. Ze ging op zichzelf wonen. Een studentenflat. Vettig kastje kreeg ik. Ja, dat waren tijden! O.k., je moest altijd maar afwachten, wanneer je een keer werd afgewassen, maar gezellig! Ook met de collega's. Sommige waren een stuk ouder dan ik. Van die groen emaillen, je kent ze wel. Die verhalen! Je bleef er in! Als die begonnen, nou, dan vergat je meteen dat je nog een paar schimmelende taugeetjes op je gaatjes had liggen. Bovendien, ik maakte daar natuurlijk wel de blits, toen. Jong, plastic, mooi en paars. Daar vielen ze wel voor, die emaillen tijgers. En dat kastje? Daar was ik vaker niet dan wel; eigenlijk leefde ik op het aanrecht in die tijd. Toen ze ging samenwonen, kreeg ik een eigen keuken. 't Leven ging zo z'n gangetje. Sla, prei, een bamipakketje, ach, je kent het wel. En aardbeien, als die er waren. Dat was minder, rood staat me niet, maar ja, je kunt niet alles hebben, toch? Uiteindelijk ging ze bij hem weg. Er was nog even discussie over of ik nou met haar meeging of bij hem bleef, maar eigenlijk had ie niet zoveel met mij. We gingen kraken. Spannend! Zouden we ontruimd worden? Want waar je dan belandt, dat weet je ook niet, maar gelukkig, het ging goed. 't Was een mooie tijd. Je had ook af en toe wel eens wat anders, toen. Inktvissen en van die dingen. Nooit eerder meegemaakt. Best interessant! Na een paar jaar ging ze weer ergens anders kraken. 't Was een soort woongroep, geloof ik, maar ik had wel mijn eigen keuken. Met feesten kwam ik soms in de collectieve keuken. Ze hadden daar een rooie. Ja, dat was toen mode. Maar hij met al zijn praatjes, uiteindelijk kwam hij nooit verder dan die keuken. Ja, eens een nachtje buiten, als ze hem vergaten. Ik ging toen elk jaar met vakantie. Verse sardientjes, die gingen ze dan barbecuen, Turkse paprika's, soorten sla, waar die rooie nog nooit van gehoord had! Nou, daar had ie niet van terug. Ineens ging ze werken. Nou kan ze wel iets anders beweren, maar ze is wél veranderd. Binnen het jaar kwam er een roestvrij stalen vergiet. Zo één met een lekbak, je kent ze wel. Dat ging natuurlijk niet samen. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik er toen al niet meer uitzag. Zo'n beetje smoezelig, dat krijg je dan, en dat litteken natuurlijk. Ooit iets geweest met een hete pan, nou ja, daar praat ik liever niet over. En dan die kleur, hè? Dat paars. Kon gewoon niet meer. Na de vakantie belandde ik in het berghok. Bij de kampeerpannen. Kon ik het prima mee vinden, trouwens. Ook een hoop van de wereld gezien, natuurlijk. Maar het was op den duur wel een beetje saai, dat wel.

Ik ben nog een jaar weggeweest in die tijd. Hun vakantie zat er op, maar die anderen hadden geen vergiet en toen mocht ik daar blijven. Daarna met hen mee naar huis. Nou, dat was te gek! In het onderhuis. Ik was ondertussen door die vakantie natuurlijk al dikke maatjes met hun kampeerpannen geworden. Grote jongens waren dat trouwens. Ja, ik maak makkelijk vrienden, dat leer je wel. Ik weet niet hoe het daarboven was, maar beneden was het te gek. Je had iedereen steeds over de vloer daar, nee, heel wat anders dan dat berghok. Ik ben het jaar daarna ook nog met ze weggeweest, maar toen kwam ze me weer halen. Weer met haar op vakantie. Wat was het? Griekenland, denk ik. Daarna terug in het berghok. Ach, ook wel weer gezellig met die pannen, je hebt een hoop bij te praten, natuurlijk. En verder, je bent toch wat meer op je rust gesteld als je wat ouder wordt, zo is het toch?

Ja, en nou is het voorbij. Frankrijk, artisjokken en dat was het dan. Ik heb mijn opvolger nog gezien. Gisteren. Een Fransoos. Lichtblauw. Ja, dat is nu mode, hè?


© Hannie van Blitterswijk, 2000

{short description of image}

terug naar mijn thuispagina