|
GSM
Vroeger las
ik in de trein nog wel eens een goed boek. Daar komt het tegenwoordig
maar weinig van. Niet dat de er geen leuke, spannende of ontroerende
boeken meer zijn, daar gaat het niet om. Het probleem is, dat het
werkelijke leven toch altijd net nog even boeiender is dan
literatuur. Dat werkelijke leven krijg je tegenwoordig met bakken vol
gratis in de trein geleverd. Niet doordat iedereen ineens spontaan nu
zijn of haar levensgeschiedenis begint te vertellen, maar dankzij het
wonderschone apparaat de GSM, oftewel mobiele telefoon. Je kunt er
gewoon rustig voor gaan zitten. Het moet toch raar lopen als niet binnen
vijf minuten na vertrek er ergens zo'n weerzinwekkend muziekje begint.
Soms bereikt 't een verbazend volume. Dan heeft 't baasje van 't
mobieltje ook nog een walkman en dan moeten ander passagiers hem
waarschuwen, dat zijn ding afgaat.
"Ja, oh, hallo lieverd, ja de
trein heeft vertraging (de trein rijdt op zo'n moment altijd nou net
prachtig op tijd), ja, ik ben er over een uur!" Even verderop zit
iemand wanhopig de knoppen te masseren en te schudden met z'n ding.
Gelukkig, er is contact!
"Met mij, waar ben je nu, oh thuis? Oh,
ja, ik ben nu bij Weesp". Vertwijfeld kijk ik uit het raam, ik weet
absoluut zeker dat ik echt NIET bij Weesp ben, maar heel ergens anders.
"Aanvalluh", muziekt het door de trein, "Dennis!"
antwoordt de eigenaar. De andere kant heeft zo te horen veel te
vertellen. "Ja, maar," probeert Dennis, "maar...", "ja...",
Dennis komt er niet tussen. Waar gaat dit over, de halve trein is er
eens lekker voor gaan zitten. Hij krijgt een kans: "Maar ik BEN
niet bij haar blijven slapen..." De andere kant brandt kennelijk
weer los. "Ja, luister nou,... ja maar, luister.., ik..., ik
ben...," jamaart Dennis. Te laat, ze heeft de hoorn erop gegooid,
zoals we dat vroeger noemden. Dennis kijkt even verdwaasd voor zich uit,
het mobieltje nutteloos in de verslapte hand. De hele trein houdt de
adem in. Dan vermant Dennis zich. Hij toetst driftig de knopjes in. Hij
trommelt ongeduldig met z'n vingers op de leuning van z'n stoel. Ineens
licht zijn gezicht op: contact! "Met mij, hoe issie, lag je nog te
slapen? "'t Was te gek gisteren, vind je niet, 'k vond 't
geweldig, moeten we veeeel vaker doen, vin je niet?" De andere kant
is nog niet echt wakker. " Vond jij het dan niet leuk",
twijfelt Dennis. "Luister, ik bel je vanavond, ik moet er nu uit"
(geen station te bekennen)"Ja, ik zit in te trein, ik moet er nu
uit, siejoe, kusjes, daag..." Dennis zucht en stopt z'n mobieltje
weg.
We pakken maar even de Metro voor tussendoor, het volgende gesprek
met de GroteSmoezenMachine zal zo wel weer beginnen...
7
december 1999 © Hannie van Blitterswijk |
|