Het getij

Uren had ik lopen jutten op de bodem van de drooggevallen zee. Ik had stenen en schelpen verzameld. Eindeloos stenen, zand en zeewier om mij heen. Zeewier, in allerlei vormen en kleuren, gedrapeerd over grillige stenen. Kunstwerkjes van de natuur. Ik had me nog moeten haasten om op tijd weer op het vaste land te zijn. Helemaal vol van het doordringende licht, de zoute lucht en de geur van zeewier. De zee herovert haar terrein.

Ik ga op de kade op een randje zitten. Ik zie het water opkomen en bekijk mijn vondsten. Waar ik een kwartier geleden liep, is nu de zee. Er komt een oude man naast me zitten.
"Vannacht springvloed", zegt hij.
"Er zal wel weer het nodige aanspoelen, morgen." Ik kijk hem vragend aan.
"Tegenwoordig is het meestal hasjiesj"
"En vroeger?" vraag ik.
"Hele kratten beste whiskey, dat waren nog eens tijden!"
"Er zal nog wel meer veranderd zijn", moedig ik aan.
"Dat kun je wel zeggen. Vroeger was het vissen en schelpen zoeken. Vissen bij hoog water, schelpen zoeken bij laag water"
"Het getij bepaalde dus het leven", zeg ik.
"Ja, en nu leven we met de seizoenen."
"Ja…", zeg ik vragend
"Zomers de toeristen, die vissen we nu de zakken leeg. De hele winter is nu het laagtij", grinnikt hij.
" 't Was zeker wel gevaarlijk, vroeger?" vraag ik hem.
"Ze komt en ze gaat, ze geeft en ze neemt" , zegt de man peinzend.
"Vergingen er veel vissersboten?" vraag ik
"Dat niet alleen, ook de schelpenrapers verdronken soms. Te laat, te ver, de wind draait en je kunt niet meer terug." Hij steekt een sigaret op. Hij kijkt naar de zee, terwijl hij de rook uitblaast.
"Ik was nog maar een kleine jongen" gaat hij verder.
"Ze gingen met het z'n allen schelpen zoeken. Vader, moeder en vijf kinderen. Alleen Gwen kwam drie dagen later terug. Van haar ouders en broers en zussen is nooit meer iets teruggevonden. Gwen kwam terug, maar ze wilde niet meer praten. Ze heeft nog een tijdje bij een tante gewoond. Al snel ging ze in haar eentje op de punt wonen. Ze bleef schelpen verzamelen. Als het eb was, kwam ze met haar mandje door het dorp. Verse kokkels en mosselen. Andere schelpenrapers kwamen veel later, pas na laag water. Gwen deed dus goede zaken. We vroegen ons wel af, hoe ze zo snel al aan schelpen kwam. Wat nog veel gekker was, was dat Gwen bij hoogwater altijd onvindbaar was. Andere schelpenzoekers zaten dan juist thuis, Gwen was dan weg, onvindbaar. Je kon het haar vragen, maar je kreeg nooit antwoord. Ze lachte dan zo'n beetje en keek over je schouder naar de zee, met die blauwe ogen van haar. Dan schudde ze haar lange rode haar naar achteren. Roder dan het roodste zeewier, tot over haar billen hing het."
Hij kijkt over de zee en glimlacht.
"Een bijzondere vrouw" zeg ik.
"Ze keek je nooit echt aan" zegt hij.
"Altijd keek ze naar de zee. Ze heeft nooit meer gesproken tot de dag dat ze stierf. Toen liet ze de pastoor halen."
"Ik wil niet in de grond begraven worden" sprak ze.
"Het kan niet, ik moet in zee begraven worden."
"Waarom Gwen?", vroeg de pastoor, "waarom in zee?"
"We gingen schelpen zoeken, zoals elke dag", fluisterde ze.
"We waren heel ver. De wind draaide. Het water kwam zo snel, we werden allemaal meegesleurd. Ik ging kopje onder, ik probeerde te zwemmen, naar boven te komen, maar het zeewier slingerde zich rond mijn benen. Ik werd naar beneden getrokken. Ineens was ik in een prachtige stad. Hoge muren, paleizen, schitterende tuinen van zeewier. Paarlemoeren oesterschelpen."
"Je bent hier veilig, Gwen", zei een stem, "je kunt hier altijd blijven."
"Maar ik wil terug, naar het land", zei Gwen, "ik hoor op het land, niet in de zee."
"Dat kan niet, niemand is ooit teruggegaan naar het land"
"Ik wel!" zei Gwen
"Waarom jij wel?"
"Omdat ik het wil!"
"Is dat genoeg?"
"Ja, dat is genoeg!"
"Daar moet de vorst dan maar over beslissen"
Ze liepen naar het paleis van de vorst. Schitterende roze stenen omzoomden een tuin vol zeewier in prachtige kleuren. Het zeewier wuifde zachtjes heen en weer. Dieprood, felgroen, donkerbruin. Langs het pad stonden oesters halfopen en vingen met hun paarlemoeren schelpen de kleine straaltjes licht op. Zo werd het pad verlicht. Het was een fantastisch gezicht. Het hele paleis was met schelpen bekleed. Ze gingen naar binnen. De vorst zat op een paarlemoeren troon.
"Majesteit, dit meisje, Gwen, zegt dat ze terug wil."
"Zo, jij wil terug. Waarom dan wel? Vind je het hier niet mooi?"
"Jawel majesteit, maar ik wil terug."
"Wat hebben ze daar wat we hier niet hebben?"
"De lucht, de vogels." Gwen floot het lied van een merel.
"Dat is een merel."
De vorst was een tijdje stil.
"Dat was heel mooi, Gwen" zei hij toen. "Ken je nog meer van die liedjes?"
"Ja, majesteit" en ze begon de fitis na te zingen.
"Net een watervalletje", zei de vorst. "Ken je er nog meer?"
Gwen zag een fles in een hoek liggen. Ze blies er over heen. Een donkere geheimzinnige toon vulde de ruimte. "De roerdomp", zei Gwen.
"En nou doe ik het niet meer, nou wil ik terug."
"Ach toe, Gwen, nog eentje", zei de vorst.
"Geen sprake van, ik begin de liedjes trouwens al te vergeten. Ik moet ze horen"
"Hm", zei de vorst, "dat is ook niet de bedoeling." De vorst dacht na.
"Weet je wat, Gwen, laten we een afspraak maken. Met laag water kun je terug naar het land, met hoog water kom je hier voor mij zingen. Wat vind je er van?"
"Dat moet dan maar" mompelt Gwen.
"Maar er is één voorwaarde: als je op het land bent, mag je nooit meer spreken. Nooit meer, tot het uur van je dood. Geen woord, dat is mijn voorwaarde."
"Goed majesteit, ik zwijg tot het uur van mijn dood."

"Daarom wil ik in zee…" fluisterde Gwen en sloot haar ogen.

De man zwijgt, hij kijkt naar het water.
"Waar is ze uiteindelijk begraven?" vraag ik dan.
"Op het kerkhof, een plekje zo dicht mogelijk bij zee. Drie dagen later kwam er een enorme golf. Een hele hoek van het kerkhof werd weggespoeld. Ook het graf van Gwen."
Hij staat op.
"Vannacht springvloed", zegt hij nog eens.

De volgende ochtend ligt het strand vol oesterschelpen. Ik pak er één op. Er kleeft een streng donkerrood zeewier aan.

 

© Hannie van Blitterswijk, juli 2000

{short description of image}

terug naar mijn thuispagina