Midwinter 1994

De afgelopen jaren hebben we hier op de dijk een aardige, en aan het aantal mensen te zien, blijkbaar geslaagde, poging gedaan onze vroegste jeugd te verloochenen. We hebben al geruime tijd ons eigen alternatiefje weten te bouwen voor de traditionele nachtmis of kerstnacht. Kerst-vieren is in onze ogen immers ontaard en verworden tot een plat alibi om je eens flink te buiten te gaan aan allerlei buitenissige lekkernijen van o.a. dierlijke oorsprong (Voor nadere informatie over wat dat voor je lijf betekent, verwijs ik naar de Volkskrant van zaterdag 24-12-94.). De betrokken, solidaire, vegetarische en politiek-correcte kameraden onder ons hebben al lang geleden hun gelijk gekregen in de uitwassen die het kerstfeest heeft opgeleverd: twee dagen lang enorme vreet- en zuippartijen waar niet alleen duizenden dieren voor vermoord worden, maar waarvan ook nog eens de rest van de wereldbevolking minstens een maand zou kunnen leven. Enige ideele gedachte, van vrede of zo, raakt totaal ondergesneeuwd onder de koopdwang van het grootgruttersschap.

Afijn, daar zijn wij in ieder geval vanaf en overheen. (Sneeuwen doet het trouwens ook sinds mijn vroege jeugd al niet meer, dus het werd tijd die christelijk-kapitalistische droom maar eens op te geven.)

Het alternatieve antwoord op de, in deze tijd van het jaar onvermijdelijk toch opborrelende, existentiele vragen, is tot nu toe gezocht in het verleden: de connectie van het aanvankelijk ingetogen kerstfeest met deze sombere tijd van het jaar en het oud-Germaanse midwinterjoelen. Via de etymologische benadering heeft Gerard ons al eens uitvoerig ingeleid in de traditionele verschrikkingen van het midwinterblazen en -joelen. Hij wist op een overtuigende en onderhoudende wijze te verklaren dat het primair de zonnewende zelf is die mensen aanzet tot afscheid nemen van het oude en het starten van een nieuw begin: weg met de boze geesten van de duisternis (het verleden) en op naar het licht.' Niet in 'stille nacht, heilige nacht' ligt perspectief, maar in de terugkeer naar uitbundigheid en luidruchtig jolijt. Waarbij het mede-drinken het doel behoorlijk heiligt.

Vorig jaar heeftHannie ons de achtergrondkennis verschaft over de cultuur-historische en cultuur-filosofische banden tussen het oeroude zonnewendefeest, het Germaanse joelfeest, het christelijke feest van de geboorte van Jezus en het moderne eet- en glinsterfeest. Via een doorwrochte analyse van het feest, dat wij tot nu toe op de dijk vieren, kwam zij tot de conclusie dat wij met 'ons alternatief' behoorlijk eigentijds bezig zijn. Niks geen traditionele 'back to basics', maar een eclectisch opgebouwde post-moderne variant van een reeds lang bestaand feestmoment: het gedecontrueerde kerstfeest ergens op het moment dat de kerstvakantie begint. Een belangrijke voorwaarde voor een goed feest is immers, dat er de volgende dag niet gewerkt hoeft te worden.

Hoewel ik mij uitstekend heb vermaakt op de afgelopen midwinterfeesten, bleef er toch een gevoel van onbevredigdheid knagen. Waar leiden die verhalen over onze tradities en die prachtige achteraf-analyses toch toe? Tot tevredenheid met onszelf? Tot het meegaan in een traditie door deze om te keren of aan te passen aan onze gewijzigde visie?

Neen, dames en heren wij moeten het over een geheel andere boeg gooien; het roer moet om; wij moeten overstag voordat anderen ons wellicht de wind uit de zeilen nemen. (Behalve met 'joelen' kan ik inmiddels ook met jollen omgaan.) Een kijkje in het verleden, voorzien van grappige taalvondsten, inspirerende verhalen en intelligente analyses geeft nog geen richting aan waar wij het nieuwe licht moeten zoeken. Wij zitten hier kortom wel steeds afscheid te nemen van het oude, maar waar is het nieuwe?

Nu ik in de gelegenheid ben om dit jaar de inleidende woorden te mogen spreken, wou ik daar graag onmiddelijk gebruik van maken door te waarschuwen en 'en passant' even een revolutie te prediken! Je schouders erbij ophalen is toegestaan, maar luisteren verplicht. Je hebt op dit moment toch niets beters te doen, want de bar is tijdelijk gesloten. Daar heb ik wel voor gezorgd.

0, ja, de revolutie dus. Stop met kijken in de achteruitkijkspiegel, terwijl je voorruit is afgeplakt met oud nieuws (let op de contradictio in terminis). Kom uit die Platoonse grot, waar het werkelijke leven zich achter je rug afspeelt. Stap zelf in de werkelijkheid en dus in je toekomst, want hedendaagse zintuigen zijn beter dan ze ooit zijn geweest. Ik daag jullie uit en roep jullie op tot revolutie! Haal de geest uit de mede, uit de kerststal en uit de fles. Stop hem in je machine en denk nieuw! Gooi je lijnen uit naar de toekomst, je nieuwe werkelijkheid. Om een groot denker te parafraseren: Er waart een spook over de dijk, het spook van de 'virtual reality'.

Op die term kom ik nog terug, maar natuurlijk eerst DE ANALYSE: Waar de afgelopen jaren onbewust naar is gezocht, is naar de 'transformatie' of de 'transcendentie' zoals sommigen het noemen. De overgang van de ene zijns-toestand in de andere. Het 'zijn' in de 'toestand van zoekende' is 0K, het 'zich manifesteren of actualiseren in een zoekproces' op zich ook. Wat echter tot nu toe fout is gegaan is de richting waarin werd gezocht, namelijk het verleden. De antwoorden op moderne existentiele vragen zijn daar niet te vinden. Ze liggen, en dat wisten Zen-boedisten eeuwen geleden al (en dit is trouwens de laatste verwijzing naar het verleden, die ik nog gebruik) in het 'hier en nu'.

Conclusie: De werkelijkheid van het hier en nu behoeft dus nader onderzoek. niet het verleden. Wij zijn hier en nu bijeen, het 'zijn', dat is wat er toe doet. Hoe- en waarom-vragen vertroebelen deze helderheid, dus die moeten we niet meer stellen. De vraag die dan zichtbaar wordt is: Waar gaat dat heen? En: Mogen we dat ook nog even zelf bepalen, ja?

Van het 'hier en nu', dan eerst het 'nu': De grote kracht van het ons huidige tijdsgewricht (met recht een gewricht omdat we over 5 jaar en 7 korte dagen over de magische grens van het jaar 2000 zullen scharnieren); de grote kracht ligt in enkele moderne technieken en media en vooral enkele kabels en lijnen. Wij hebben deze - hoe en waarom doen er niet toe - als aanvulling en vervanging van vele natuurlijke, menselijke functies in de schoot (soms letterlijk in de vorm van een laptop) geworpen gekregen. Wij kunnen er al dan niet blij mee zijn. Met deze nieuwe technieken en media kunnen wij ons in ieder geval een geheel nieuwe, nooit eerder ervaren werkelijkheid opbouwen, een vitual reality die zelfs dromen van een witte kerst kan waarmaken.

Voor de kleintjes onder ons zal ik even uitleggen wat 'virtual reality' betekent. Virtual reality, ook wel afgekort tot VR, betekent letterlijk 'kunstmatige werkelijkheid'. Het is een werkelijkheid die door mensen is bedacht en gemaakt en die je het gevoel, de waarneming en ervaringen geeft alsof die werkelijkheid echt is. In werkelijkheid is dat dus een 'net alsof'werkelijkheid. Begrijp je? 0K, nu weten de pedagogen onder ons allang dat voor kleine kinderen deze 'net alsof- realiteit' net zo goed realiteit is. Fantasie en werkelijkheid zijn nog onontwarbaar verknoopt met elkaar; spelen is leren en leren is ervaring en kennis opdoen. Ieder kind kwam tot nu toe echter op een leeftijd dat, na het aanhoren van het verhaaltje uit het voorleesboek, de vraag 'is dit echt?' of 'is dit echt gebeurd?' aan de orde kwam. Om alvast een voorschotje te nemen op mijn verdere betoog, durf ik nu te voorspellen dat dit gebeuren binnenkort drastisch zal veranderen.

Voor ons grote mensen is het belang van het 'nu' dat het nu de tijd is om daar aan een revolutionaire verandering te wennen en ons te realiseren (wat volgens het woordenboek betekent 1. tot iets reeels maken, verwezenlijken, een concrete gestalte geven aan, en 2. (in de wederkerende betekenis) zich bewust maken, zich concreet voor ogen stellen) dat ook dit begrip 'realiseren' totaal van inhoud en connotatie zal veranderen. Het mid-winterfeest zal voortaan met totaal andere ogen bekeken en herinnnerd worden.

Goed dan nu eerst weer een uitleg, maar dan voor de volwassenen onder ons. (Kinderen snappen het verhaal dat komt allang en zullen in de toekomst geen 'enkele moeite hebben zich aan te passen. Ze hoeven alleen maar iets niet meer te leren.) Een realist is iemand die het bestaan van een werkelijkheid buiten ons bewustzijn erkent. Ook als ik mijn ogen en oren dicht doe is er iets. Een andere, verwante betekenis van realist is, dat deze persoon zich bij voorkeur laat leiden door de feiten. Goed, denk even met mij mee. Een feit is, dat er inmiddels in het 'nu' een groot domein aan virtual reality bestaat. Een feit is ook dat deze VR buiten ons en onafhankelijk van ons kennen bestaat. Dus, ook al sluiten wij onze ogen en oren ervoor en doen wij er niets mee; VR bestaat.

Gevolg van deze feitelijke vaststelling is dat VR net zo reeel is als de werkelijkheid zelf. Met andere woorden het onderscheid tussen 'echt' en 'net alsof' vervaagt momenteel in een snel tempo en binnenkort zal het niet meer relevant zijn. Dan gaat het om de beleving zelf en niet om wat echt of niet echt is. het leven wordt een grote speeltuin. Het idealisme (het in het denken bestaande) valt dan samen met de materiele werkelijkheid. Ik heb er al naar verwezen, wij leven in revolutionaire tijden. Wat wij gaan meemaken en ervaren in een VR-setting, zal op dezelfde manier in ons gevoelsleven en geheugen worden opgenomen als een zogenaamde werkelijke ervaring. Het verschil tussen echt en net alsof zal dus volslagen wegvallen; de Copernicaanse wending was er niets bij.

Dit opent natuurlijk vele nog nooit benutte mogelijkheden en nog niet te overziene perspectieven. Een van de gevolgen van deze totaal nieuwe kijk op de werkelijkheid is het bevrijdende gevoel, dat ik hier helemaal geen werkelijke speech sta te houden, maar net doe alsof. Of jullie er werkelijk zijn of niet, is ook niet meer relevant. Ik zet mijn VR-helm op en ik kan mij voor elk publiek presenteren, wat ik maar kan bedenken. Dit alles heeft ook verregaande gevolgen voor het idee van 'hier'. Het lijkt zo concreet en aanwezig, maar 'hier' kan in de virtual reality voor mij net zo goed 'daar' zijn. Ik ben op meerdere plaatsen tegelijk. Als ik hier iets doe, kan er daar iets veranderen. Als er daar iets gebeurt, voel ik het hier. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden op het gebied van telesex. Behalve een virus in de machine, kan je niets meer gebeuren op het gebied van enge ziektes en ongewenste intimiteiten. Waarlijk een groter wonder dan dat van de kerstnacht zo'n 2000 jaar geleden. En als ik nog even verder ga met doorslaan, dan beweer ik dat de huidige dimensies van ruimte en tijd (van hier en nu) zelfs het begrip van Einstein te boven gaan.

Wij zitten op dit moment in het transformatieproces, de transcendentie naar een bewust bestaan als cyborg; als half mens en half machine. De biologe Donna Haraway bevestigt mijn verhaal in haar Cyborg-manifest als volgt: "Onze tijd, het einde van de twintigste eeuw is een mythische tijd: we zijn allemaaal hersenschimmen, getheoretiseerde en gefabriceerde hybriden van machine en organisme. Wij zijn kortom cyborgs." De dames onder ons zullen de discussies op de opiniepagina's van o.a Opzij en de Groene van dichtbij hebben gevolgd, want het zijn vooral vooraanstaande publicerende vrouwen die ons met de neus op de feiten drukken. Terwijl de mannen zich allang thuis voelen achter hun machines en daar ook rustig met hun dingetje zitten te spelen, buigen vrouwen zich over de existentiele vragen van het nieuwe tijdperk. Bijvoorbeeld: Wat te doen met mannen die zich onder een vrouwennaam inloggen in Internet? Tot nu toe komen controlerende vrouwen niet veel verder dan het stellen van intieme vragen over het tussenbeense om mannen door de mand te laten vallen. Goed, de seksestrijd gaat nog wel even door.

Maar hoe zit het bijvoorbeeld met de relatie 'openbaar - prive, als via de telefoondraad en de machine de hele wereld wordt binnengehaald? De publiciste Pauline Terreehorst heeft daar een aardig gedachtenexperiment op uitgevoerd en ontwikkelde 'het boerderijmodel'. In het kort komt het neer op het volgende: een gezin bestaande uit werkende vader en moeder en twee schoolgaande kinderen woont in een alleraardigst optrekje buiten de drukte van de grote stad. Vader en moeder telewerken vanuit hun werkkamer en hebben dankzij de besparing op reistijd (en dus ook sparen van het milieu) beide veel meer tijd voor de kinderen dan voorheen. Bijkomend voordeel is dat beide altijd bereikbaar zijn en zelf hun werktijden kunnen indelen. Voorwaarde is wel dat er mentale, oftewel informatieverwerkende arbeid verricht moet worden. Een vuilnisman, kapster en vroedvrouw zullen toch gewoon fysiek aanwezig moeten zijn op de plek waar het werk zich voordoet. In het 'boerderijmodel' zal het thuisfront steeds meer een knooppunt van het informatienetwerk worden, een grondstation van waaruit gewerkt wordt. Met James van Albert Hein en een goed systeem van 'distant learning'voor de kids hoef je nauwelijks de deur nog uit. Dat ziet er aantrekkelijk uit.

Uitstekend, maar blijft het ook nog een beetje gezellig?

Om daar een eigentijds antwoord, zo je wilt een model voor te ontwikkelen, stel ik voor het komende jaren te besteden aan het verder uitwerken van het 'dijkjemodel'. Dit zou een collectief en vooral democratisch gebeuren moeten zijn. Iedereen zit vanachter zijn PC via Internet de ideeen en structuren up te baden in Cyberspace onder code mod.@.dijk.nl. Alle dijkbewoners kunnen deelnemen aan de discussie en de ontwikkeling zonder dat ze op de vergaderingen hoeven te komen. We organiseren een regelmatige evaluatie om de voorstellen te comprimeren tot enkele werkmodellen, waar we vervolgens weer electronisch mee verder kunnen.

De computer-analfabeten op de dijk, die nog ergens in hun werkelijkheidswaan vanuit het verleden rondwaren, kan ik aanraden een oud bakkie op de kop te tikken en eerst lid te worden van de MSX-vereniging in de Watergraafsmeer. Voor wie dit niet weet, dit is een club van gedupeerde MSX-gebruikers sinds de produktiestop van die machine in 1989. Zij hebben nog onderdelen en scholen elkaar bij in de trucjes met dat apparaat. Het is verder trouwens raadzaam deelname aan deze club geheim te houden. Woody Allen heeft eens gezegd "Ik zou nooit lid willen zijn van een club die mij als lid zou accepteren". Dat is omgkeerd ook het geval. Wie lid van deze club is, heeft sociaal wel afgedaan. Goed ik laat het bij deze tip, heb het er verder niet meer over.

Laat ik even door gaan met het dijkje-model, anders wordt ik straks nog weggef loten vanwege de uitweidngen. Wat belangrijk is. is om minimaal twee maal per jaar een diepgaande Evaluatie te organiseren. Het zou aardig zijn om dan een bijeenkomst te organiseren waarbij mensnen ook echt fysiek aanwezig moeten zijn. We kunnen dan gelijk geslacht en leeftijd van de deelnemers checken, en eens belangstellend informeren hoe het leven in de verschillende dimensies van de werkelijkheid er voor staat. Ik stel voor om dat een keer in de winter en een keer in de zomer te doen. We kunnen die bijeenkomsten natuurlijk een herkenbare naam geven. Tot nu toe werden hier op de dijk een midwinter- en een midzomerfeest gehouden. Aangezien we nu meer in de 'bits en chips' zitten en om ook verwijzingen naar de traditie niet helmaal af te zweren, stel ik voor er voortaan een bit-winter en chips- zomerfeest van te maken. Toekomstige onderzoekers naar de oorsprong van dat luidruchtige gedoe zullen dit vreemde a- typische gebeuren zo rond het jaar 2000 niet meer vanuit het verleden kunnen verklaren en ook voor ons zal de realiteit van het midwinterfeest nooit meer dezelfde zijn als pakweg een half uur geleden.

Ik wens jullie veel cyber-genoegen. Let's go space!

Julia

Copyright van deze tekst berust bij de schrijfster en de Vereniging X

terug naar de midwinterpagina