
Zo af en toe trakteren wij onszelf of anderen op een marktmenu. De truc van het marktmenu is vooral: goede verse ingrediënten kopen. De bereiding is meestal eenvoudig.
Ik bedenk dan niet van te voren wat we eten, maar ik kijk wat er is. Wat lekker vers is, bijzonder is of speciaal van het seizoen of een primeur is (dat wil zeggen: het is er net weer voor het eerst, producten van buiten het seizoen zijn meestal niet zo lekker).
Het stramien is bij mij meestal: een voorgerecht, een hoofdgerecht, kazen en een dessert.
De biologische markt op zaterdag op de Noordermarkt in Amsterdam is een prima plek om een marktmenu in te kopen. Dan wordt het een vegetarisch marktmenu. Een andere favoriete markt is voor mij de Zeeverse Vismarkt in Den Oever. Dan wordt het natuurlijk een vismenu. Maar iedere markt heeft goede kramen met prima verse producten. Kijken en ruiken en een beetje weten wat seizoensproducten zijn is het belangrijkste
Laat ik wat voorbeelden noemen:
of:
of:
of:
of:
Bij alle menu’s hoort een lekker stokbrood of boerenbrood en een lekker glaasje wijn. Of twee, bijvoorbeeld witte wijn bij het voorgerecht en daarna rode wijn. Bij de asperges als hoofdgerecht is een witte wijn lekkerder. Daarna een rode wijn bij kaas.
Koffie (evt. met een lekker drankje, (denk ook eens aan een niet-zoet digestief als calvados of een eau de vie) en chocolaatjes of bonbons) toe.
Kies voor de kaasschotel bijzondere kazen die goed rijp zijn. Let ook hier op seizoenen. Rauwmelkse kazen hebben meestal meer smaak. Neem verschillende types: bv een zachte geitenkaas, een witte schimmelkaas een roodschimmelkaas, een blauwe en een harde kaas. Laat de kaas een paar uur op temperatuur komen. Koude kaas smaakt niet.
Behalve rode wijn smaakt witte wijn ook goed bij kazen (maar dan wel een witte wijn met smaak en karakter) of natuurlijk port.