Foto: de ontbijttafel

 

De ontbijttafel is op z'n zondags gedekt. Het ei (niet te zacht, niet te hard) staat in het eierdopje met de kaboutertjes. Het papbordje dat er bij hoort heeft de afgelopen 46 jaren ook doorstaan, maar staat nu in de kast. De hagelslag zit in het potje met een rood deksel met een schuifje erin. Handigheidje van Moccona, de oploskoffiefabrikant van toen: potje leeg, dan heb je een hagelslagpotje. Een gouden greep, 35 jaar later doet het nog steeds dienst.

De pot pindakaas, van Calvé tegenwoordig, vroeger van het merk Mac Millan; ik begreep daar niets van, wat had die man op de radio met pindakaas van doen? (Er was toen namelijk nog geen radioreklame). Hij had er ook niets mee te maken, kwam ik later achter, hij was minister van buitenlandse zaken van de VS. Eten en de radio, ze horen bij elkaar. Ik heb al zo'n twintig jaar geen vlees meer gegeten, toch krijg ik nog steeds spontaan de smaak van pekelvlees in mijn mond, zodra ik G.B.J. Hilterman hoor. Zondagmiddag, pekelvlees op het brood, de Toestand in de Wereld op de radio.

De kaas, met de kaasschaaf, belegen boerenkaas, net als vroeger. Op maandag kwam de kaasboer. Hij kwam laat, zo tegen de tijd dat je al wel trek had, maar het toch nog geen etenstijd was. Ik zie mijn moeder in de keuken met een mes een reep van het puntje van het schuine stuk afsnijden. Ze verdeelt het in tweeën. Even proeven samen. De kaas wordt opgeborgen op de kelderplank. Soms moeten we nog een keer proeven. Was die kaas echt zo lekker als we dachten? Nee, nog lekkerder!

Abrikozenjam, mijn op-een-na-lievelingsjam. Mijn favoriet is marmelade. Tegenwoordig de echte engelse van Marks&Spencer, vroeger die van Zwaardemaker: "jam voor mannen". In de abrikozenjam staat vandaag zelfs de verzilverde jamlepel. Die heeft aan de achterkant zo'n handig haakje waarmee je hem aan de rand van de pot kan hangen. Ongetwijfeld een huwelijkscadeau geweest. Hij past met al zijn krullen helemaal niet bij de rest van het gladde roestvrijstalen recht-toe recht-aan bestek. Bij dat bestek hoort wel een ander ouderwets gereedschap: de boterspaan. Hij mag er vandaag ook bij.

Jam; toen mijn opa ouder werd begon hij wel eens dingen te vergeten. Zonder al die cursussen die je nu hebt, had hij zelf allerlei trucjes bedacht. Als hij de tafel moest dekken, zei hij Sem, Cham en Javeth. Bijbelvast als hij was, zaten de namen van de zonen van Noach muurvast in zijn hoofd. Sem was de jam, Cham de ham of andere vleeswaar en Javeth was de hagelslag.


© Hannie van Blitterswijk

{short description of image}

terug naar mijn thuispagina