|
Praatprogramma
"Goedenavond, dames en heren,
vanavond aandacht voor een zeer zeldzame ziekte: CAH. Voor zover bekend,
zijn er in Nederland drie patiënten en daarvan hebben we er vandaag
één in de studio en dat is Ellen." De camera draait naar een
oud meisje in een lange zwarte jurk, sluike haren dicht langs haar gezicht. Ze
knippert een paar keer met haar ogen. "Goedenavond, Ellen, jij hebt CAH, kun
je uitleggen wat dat voor ziekte is?" "CAH is een aangeboren
overgevoeligheid, waarvan geen genezing mogelijk is. Het bepaalt je leven
volkomen, je moet altijd op je hoede zijn." "Waarvoor moet je op oppassen,
Ellen?" "Je moet eigenlijk overal voor oppassen: de televisie, de radio, de
krant, maar ook gewoon op straat. Bij de krant weet ik precies wat de
gevaarlijke plekken zijn, maar het kan ook altijd op een andere pagina
gebeuren. Dus ik moet heel voorzichtig zijn, want als het misgaat dan ben ik
dagen van de kaart." Ellen staart voor zich uit, de camera zoomt in, de
droeve groeven rond haar mond zijn door de schmink heen te zien. "Je hebt er
moeilijk mee, hè Ellen?" "Ja, ik zou ook wel eens gewoon lol willen
hebben." Ze slikt. "Weet je wat dat is, Ellen, lol hebben?" Ze kijkt
naar de grond. "Nee", zegt ze zacht. "Ja, dat is moeilijk voor te
stellen, Ellen." Hij zwijgt even.
"We hebben bij je thuis gekeken,
Ellen, hoe jij leeft met je ziekte", zegt hij dan. Ellen zit op een zwarte
bank, beige vloerbedekking, een boekenkast met oude leren banden, de camera
blijft daar even staan. "Wat lees je voor boeken, Ellen?" "Ik lees niet
zoveel, want dat is altijd een risico. Ook al heeft de schrijver het niet eens
zo bedoeld, het kan toch altijd gebeuren en dan zit ik er mee." De
presentator knikt langzaam, begrijpend. Stilte. "Heb je huisdieren,
Ellen?" "Nee, natuurlijk niet!" "Maar een paar vissen zou toch wel
kunnen?" "Ja, dat denk je!" Ellen kijkt fel in de camera. "Als kind
heb ik dat gehad, op bezoek bij een ander meisje. Mijn ouders hadden alles
geregeld. De kalender was van het toilet weggehaald, duidelijke afspraken dat
er geen TV aanging, de radio alleen op 4. En toch gebeurde het. Ik ben er drie
weken ziek van geweest. Alleen maar door die vis. En wat deed hij nou helemaal?
Ik kan het nu wel rustig vertellen, want eigenlijk was er ook niets aan. Maar
ja, je bent niets gewend hè?" "Wat deed die vis dan?" "Hij kwam
naar het glas gezwommen en deed zijn bek open, zo'n grote O." Er rolt een
traan over haar wang. De camera zwenkt naar de lege vensterbank, voor het raam
hangt dikke vitrage.
"Dat was bij jouw thuis, Ellen", zegt hij
warm. Ze knikt. "Je werd erg emotioneel van dat verhaal over die vis,
hè?" "Ja, wat wil je? Jij begrijpt dat niet! Gewoon zo'n vis die zijn
mond opendoet, wat is dat nou? Maar ik moest lachen en lachen is voor mij een
ramp! Alles scheurt dan. Je ziet er niets van, maar ik heb wel dagenlang
verschrikkelijke pijn!" "Onvoorstelbaar!" "Je hebt geen idee, hoe erg het
is! Iedereen lacht er maar op los! Weet je dat de meeste mensen gemiddeld
veertig keer per dag lachen?" "Nee, daar sta je niet bij stil." Ellen
klemt haar kaken op elkaar. "Ja." Hij zucht. "Bedankt, Ellen, dat je met
ons hebt willen praten over je ziekte. Ik hoop dat er door jouw verhaal meer
begrip komt voor CAH-patiënten." Hij kijkt recht de camera
in. "Want voor hen is het leven bepaald geen lolletje." Ellen krimpt in
elkaar, slaat haar handen voor haar gezicht, schreeuwt iets. De camera zwenkt
naar het publiek dat lachend applaudisseert. De titelrol begint te
lopen.
© Hannie van Blitterswijk, 22
maart 2001 |