Voorjaarsstorm

De lucht wordt door de stormwind schoongeveegd.
Het uitzicht is zo helder, nooit tevoren
heb ik hem zo gezien, de witte toren.
Hij lijkt dichtbij, alsof geen afstand weegt.

De wolken blinken zilver in het licht,
en razen zwellend langs de blauwe lucht.
De meeuwen duikelen kopje in hun vlucht,
zo vliegend lijken zij zonder gewicht.

De horizon wordt grondig schoongezeemd.
Een glazenwasser spat met emmers sop.
Er vliegen plukken schuim voor langs de ruit.

Zo poetst hij weg wat ons het zicht ontneemt,
en ruimt hij alle spinnenwebben op:
De wereld ziet er stukken beter uit.


Winterkoning

Hij huist vlakbij, bij onze zomerwoning.
Als hij zijn best doet, produceert hij wel
zo'n dikke vijfenvijftig decibel,
die hele kleine vogel, winterkoning.

Keer op keer zijn liedje, kort en schel,
Het staartje op en neer bij die vertoning.
In deze instant-kicks vindt hij beloning.
Zijn jeugdig motto schettert: hard en snel.

Zijn luide ijver vindt al snel bekroning:
Een winterkoningin, ze zijn een stel!
Zij vindt zijn schrille stem zo zoet als honing
en geeft zich over aan het liefdesspel.

Wij wachten slechts met smart op zijn onttroning
en wensen hem van harte naar de hel.


© Hannie van Blitterswijk, juni 2000
{short description of image}

terug naar mijn thuispagina