Spijbelen

 

Vandaag mocht ik een middag spijbelen. Direct na mijn werk naar de markt, Slenterend over de markt ben ik niet op een plek, want ik ben steeds ergens anders en voel me daardoor ook een beetje buiten de tijd staan. Is het nu vandaag of gisteren? Het maakt niet uit, want het is heerlijk weer en ik spijbel.

Het begint al goed: op weg naar de markt een deur met minstens 20 bellen er naast. Boven de bellen een ruit, met daarachter een briefje, geschreven op een koffiefilterzakje: "Bellen doen het niet. Allemaal!" De poezie ligt op straat.

Links de viskramen. Ik werp een steelse blik en zie allerlei inktvissen. Niet nu, vis moet je het laatst kopen. De kledingkramen tonen oogverblindend de nieuwe zomermode: roze en turquoise; bloemetjes, dingetjes, frutseltjes er op en er aan. Enig voor meisjes van zestien.

Een gekke kraam met allerlei oosterse troepjes. Een struise surinaamse koopvrouw. Ze verkoopt ook wierrookstokjes. Een dame uit Suriname vraagt met haar onnavolgbare intonatie: "heb je geen Joy?" "ik heb wel Joy!" zoekt de koopvrouw en al snel zijn ze in een druk gesprek gewikkeld over de vreugde van Joy.

Even verder op staat de man met de nep-parfummetjes. Zijn klant is een marokkaanse vrouw. Hij laat één flesje zien en zegt "ashra". Dan pakt hij er een tweede bij: "ashrin" (één voor een tientje, twee voor twintig gulden). 't Gaat nog niet zo slecht met de multiculturele samenleving. Achter een volgende kraam worden door een jong nederlands meisje allerlei marokkanse plaatsnamen opgenoemd, Casablanca, Marrakech, Fez,... De klant lacht en wacht of Beni Said (provicie Nador) ook aan de beurt komt.

Dan kom ik bij Klaas. Ik koop mijn kaas al sinds 1974 bij Klaas. Toen was het nog de zaak van Antoon en was Klaas zijn knecht, maar dat heeft niet lang geduurd. Klaas is zodoende, op familie na, de man die ik het langste in mijn leven ken. Dat geeft een band. Klaas kent mijn kaassmaak dan ook van binnen en van buiten. Klaas verkoopt niet alleen de beste kaas van de wereld, Klaas heeft ook een soort missionstatement, zoals dat tegenwoordig heet. Naast kaas, wil Klaas de mensen een fijn moment bezorgen "Je weet niet wat de mensen misschien thuis voor narigheid hebben en dan wil ik dat ze daar even los van komen" Klaas is dus continu cabaret. Het is het leukst op zaterdag, met een volle winkel, dan participeert het hele publiek, maar ook op een woensdagmiddag vergeet je er al je zorgen. Verkwikt stap ik weer de winkel uit.

Halverwege de markt blijf ik eindeloos hangen bij een kraam met chinese zijden pyama's, die ik niet wil hebben, om te genieten van de arabische muziek van de falafelkraam er tegenover. Ik koop narcissen om de lentesfeer ook binnenshuis te hebben.

Bij de viskraam is het druk met klanten uit al hoeken van de wereld. De visboer illustreert zijn vraag of de kop eraf moet, voor de duidelijkheid dan ook steevast met gebaar of hij zichzelf wil onthoofden. Er staat een bak met heel erg kleine visjes. Ik moet mezelf tegenhouden om niet ontzettend amsterdams leuk te worden en een kilo daarvan te vragen, koppen er af, graag! Ik koop een grote inktvis en slenter terug naar huis, terug naar plaats en tijd.


© Hannie van Blitterswijk

{short description of image}

terug naar mijn thuispagina